Ga naar inhoud
Labugen

Driehoeken overtrekken — middelgrote patronen, half overtrekken, 6 rijen, 5–6 jaar

Puntige driehoeken staan naast elkaar op de onderste lijn: zes rijen met middelgrote patronen voor kinderen van 5-6 jaar. Ongeveer de eerste helft van elke rij is voorgedaan met stippellijnen.

1 A4-pagina · voor thuis en in de klas

Alle werkbladen: Schrijfpatronen

Driehoeken

LabugenLabugen om in te kleuren

Zo gebruik je dit werkblad

  • Begin elke driehoek bij de hoek linksonder: ga omhoog naar de punt op de bovenste lijn, omlaag naar de onderste lijn en dan over de onderkant terug naar het begin.
  • Begin de volgende driehoek waar de vorige eindigde, zodat de hoeken elkaar raken.
  • Teken na de stippellijnen zelf verder tot het einde van de rij en maak de driehoeken steeds even breed.

Wat je kind met dit werkblad oefent

Met driehoeken oefent je kind schuine lijnen in beide richtingen: naar rechts omhoog en naar rechts omlaag. Daar komt een rechte lijn terug naar links bij. Bij elke hoek moet de hand even stoppen en van richting veranderen. Dat oefent de nauwkeurigheid die nodig is voor letters zoals A, V, M en W en voor het cijfer 4. Bij de middelgrote patronen komen de bewegingen meer uit de pols en de vingers. Zo bereidt een kind van 5-6 jaar zich voor op het schrijven op het formaat van een schrijfschrift.

Variatie om te proberen

Maak een bergketen: je kind kleurt de zelfgetekende driehoeken om en om groen en grijs en telt daarna de bergen in elke rij.

Vragen en antwoorden

Vragen van ouders

Wat als de hoeken rond worden?
Laat je kind bij elke hoek even pauzeren. De hand moet stoppen voordat die van richting verandert.
Moeten de driehoeken elkaar raken?
Ja. Elke driehoek begint bij de hoek waar de vorige eindigde, zodat de rij een ketting vormt.
De zelfgetekende driehoeken komen boven de lijnen uit. Wat helpt?
Herinner je kind eraan dat de punt de bovenste lijn raakt en de onderkant op de onderste lijn ligt.
Advertentie