Ga naar inhoud
Labugen

Draak bij een windmolen op het platteland

Een lachende fantasiedraak rust op het stille platteland, naast een houten windmolen en zakken graan.

Een lachende draak zit naast een zak graan bij een grote windmolen op het platteland.
Draak bij een windmolen op het platteland
Printen PNG downloaden

A4-formaat (staand), zwarte lijnen op een witte achtergrond · voor thuis en in de klas

Advertentie

Alle kleurplaten: Draken kleurplaten

Meer uit deze categorie

Vergelijkbare kleurplaten: Draken kleurplaten

Volgende stap

Wat kun je nog meer printen? Gratis, zonder account

Fantasiedraak op een boerderij op het platteland

In dit landelijke tafereel rust een vriendelijke draak buiten naast een grote windmolen. Een hek loopt langs de akkers in de buurt, waar rijen graan groeien onder de open hemel. Naast de draak ligt een zak met geoogst graan, in het rustige landschap rond een traditionele boerderij.

Hoe windmolens in de landbouw werken

Traditionele windmolens vangen met hun grote houten wieken de wind. Die brengt zware molenstenen in beweging, waarmee geoogste tarwe en rogge tot fijn meel worden gemalen. Vroeger bouwden boeren deze hoge molens op hoger gelegen grond, waar ze de constante wind over open velden konden vangen. Graan blijft droog en goed bewaard in stevige jutezakken.

Natuurlijke kleuren van het platteland

  • Schubben van de draak: smaragdgroen, felrood of saffierblauw
  • Wieken en constructie van de windmolen: verweerd bruin of rustiek grijs hout
  • Rijen graan: goudgeel en warm beige
  • Graanzak: aardebeige of licht kaki doek
  • Hekpalen: donker hout of vergrijsd cederbruin
Vragen en antwoorden

Vragen en antwoorden over windmolens en graan

Waarom werden traditionele windmolens zo hoog gebouwd?
Windmolens stonden hoog om sterkere, gelijkmatigere wind te vangen die boven bomen en gebouwen vrij kan waaien. Op die hoogte was er genoeg kracht om de zware maalwerktuigen binnenin aan te drijven.
Hoe bewaarden boeren geoogst graan voordat er moderne silo’s waren?
Boeren bewaarden tarwe en maïs in grof geweven jutezakken, op een droge plek in een schuur of stenen molen en niet op een vochtige vloer. Lucht kon door de stof van natuurlijke vezels stromen. Zo hoopte er geen vocht op en bleef het graan vers.
Advertentie