Ga naar inhoud
Labugen

Cearadactylus bij een kalksteengrot

Een slanke Cearadactylus staat aan de oever, bij de gewelfde ingang van een grot in getrapte kalksteenrotsen.

Een Cearadactylus staat bij de ingang van een kalksteengrot aan een rivier.
Cearadactylus bij een kalksteengrot
Printen PNG downloaden

A4-formaat (staand), zwarte lijnen op een witte achtergrond · voor thuis en in de klas

Advertentie

Alle kleurplaten: Kleurplaten van vliegende reptielen en zeereptielen

Meer uit deze categorie

Vergelijkbare kleurplaten: Kleurplaten van vliegende reptielen en zeereptielen

Volgende stap

Wat kun je nog meer printen? Gratis, zonder account

Cearadactylus bij een grot aan de rivier

Een slanke Cearadactylus staat bij de opening van een kalksteengrot aan een stromende rivier. Rond de brede grotboog lopen laag na laag kalksteenplateaus omhoog. Het vliegende reptiel staat op de rotsachtige oever, vlak bij de donkere ingang.

Kalksteenformaties als schuilplaats in de prehistorie

Kalksteengrotten en rotsplateaus ontstonden langs oude waterlopen doordat water het oplosbare gesteente voortdurend afbrak. De Cearadactylus had lange kaken met scherpe, in elkaar grijpende voortanden om vissen uit rivieren en riviermondingen te happen. Rotsachtige grotingangen boden vliegende reptielen een beschutte plek om te rusten en te schuilen voor zware stormen en grote landroofdieren.

Natuurlijke kleuren van de Cearadactylus en de kalksteenplateaus

  • Huid van de Cearadactylus: asgrijs, lichtbruin of olijfgroen
  • Vlieghuid van de Cearadactylus: donkerbruin of gedempt oranjegrijs
  • Grotboog en kalksteenplateaus: licht crème, krijtwit, grijs of beige
  • Rivierwater: smaragdgroen, helder blauw of bruinig turquoise
Vragen en antwoorden

Veelgestelde vragen

Wat at de Cearadactylus bij rivieren en grotten?
De Cearadactylus at vooral vis. Hij vloog laag over rivieren en riviermondingen en schepte met zijn lange, getande kaken vissen vlak van het wateroppervlak.
Hoe ontstaan kalksteenplateaus langs rivierdalen?
Water met opgeloste calciumcarbonaat stroomt over rotsrichels en laat daar gedurende lange tijd mineralen achter. Die afzettingen verharden tot platte, terrasvormige rotsplateaus langs rivieroevers en grotingangen.
Waarom rustten vliegende reptielen in grotten in rotswanden?
Grotbogen en richels boden hoge plekken waar ze makkelijker konden opstijgen. Op hoge rotsrichels waren volwassen reptielen en hun nesten bovendien veilig voor roofdinosaurussen op het land.
Advertentie