Ga naar inhoud
Labugen

Lessemsaurus met een mand vol pompoenbladeren

Een Lessemsaurus met een lange nek staat op vier poten in een breed dal. Naast zijn poten staat een rieten mand met bladeren en ronde pompoenen. Op de achtergrond zijn glooiende heuvels, bomen aan beide kanten en wolken te zien.

Een Lessemsaurus met een lange nek staat naast een mand met pompoenbladeren en ronde pompoenen.
Lessemsaurus met een mand vol pompoenbladeren
Printen PNG downloaden

A4-formaat (staand), zwarte lijnen op een witte achtergrond · voor thuis en in de klas

Advertentie

Alle kleurplaten: Kleurplaten van plantenetende dinosaurussen

Meer uit deze categorie

Vergelijkbare kleurplaten: Kleurplaten van plantenetende dinosaurussen

Volgende stap

Wat kun je nog meer printen? Gratis, zonder account

Lessemsaurus in een breed dal

De afbeelding toont een Lessemsaurus in een breed dal met glooiende heuvels. Dicht bij zijn poten staat een grote mand vol bladeren en ronde pompoenen. Bomen en wolken maken het landschap compleet.

Meer over de Lessemsaurus en planten in het dal

De Lessemsaurus was een vroege sauropodomorf die tijdens het Laat-Trias in Zuid-Amerika leefde. Hij kon tot negen meter lang worden. Pompoenbladeren behoren tot de komkommerfamilie en hebben een breed, ruw oppervlak met duidelijke nerven. In rivierdalen ontstonden vruchtbare bodems waar veel planten groeiden. Die trokken grote vroege planteneters aan.

Kleuren ter inspiratie

  • Huid van de Lessemsaurus: leigrijs, warmbruin of terracotta
  • Pompoenbladeren: donkergroen, smaragdgroen of olijfgroen
  • Gevlochten mand: middelbruin of houtkleurig beige
  • Glooiende heuvels: zachte groentinten, wazig blauwgrijs in de verte en aardetinten
Vragen en antwoorden

Vragen en antwoorden over de Lessemsaurus

Hoe bewoog de Lessemsaurus zich?
De Lessemsaurus was vooral een planteneter die op vier stevige poten liep. Zo kon hij zijn zware lichaam dragen terwijl hij laag groeiende planten at.
Welke bladeren aten vroege sauropodomorfen?
Ze aten allerlei planten uit het Trias, zoals varens, zaadvarens, naaldbomen en verwanten van de ginkgo. Die groeiden langs rivieroevers en op de bodem van dalen.
Waarom zijn dalen geschikt voor grote planteneters?
In dalen verzamelen zich water en vruchtbare grond. Daardoor groeien er veel planten die grote planteneters van voldoende voedsel voorzien.
Advertentie