Ga naar inhoud
Labugen

Dicraeosaurus boven een varen

Een opvallende dinosaurus met stekels buigt zijn nek naar varens op de bosgrond.

Een Dicraeosaurus buigt zijn korte nek naar een varen toe.
Dicraeosaurus boven een varen
Printen PNG downloaden

A4-formaat (liggend), zwarte lijnen op een witte achtergrond · voor thuis en in de klas

Advertentie

Alle kleurplaten: Kleurplaten van plantenetende dinosaurussen

Meer uit deze categorie

Vergelijkbare kleurplaten: Kleurplaten van plantenetende dinosaurussen

Volgende stap

Wat kun je nog meer printen? Gratis, zonder account

Dicraeosaurus eet van lage varens

Dicraeosaurus was een planteneter met een relatief korte nek, hoge gespleten stekels langs zijn rug en een lange, toelopende staart. In tegenstelling tot sauropoden die heel hoog konden reiken, at Dicraeosaurus vooral planten dicht bij de grond. Dichte groepen varens boden deze middelgrote planteneter volop voedsel.

Kenmerken van Dicraeosaurus

Het opvallendste kenmerk van Dicraeosaurus was de rij Y-vormige doornuitsteeksels langs zijn nek en rug. Die hebben mogelijk gespierde rugkammen of een beschermend huidzeil ondersteund en hielpen de wervelkolom te stabiliseren. Met zijn kortere nek, die makkelijker naar beneden boog, kon hij goed lage planten eten in plaats van bladeren hoog in bomen.

Natuurlijke kleuren van Dicraeosaurus en planten op de grond

  • Huid van Dicraeosaurus: donkermosgroen of aards grijsgroen, passend bij de schaduw in het bos
  • Nekstekels van Dicraeosaurus: licht bruinbeige of gedempt oker
  • Staart en onderkant van Dicraeosaurus: licht grijsbeige
  • Prehistorische varen: diepgroen met lichtgroene punten
Vragen en antwoorden

Vragen en antwoorden

Waarin verschilde Dicraeosaurus van Diplodocus?
Dicraeosaurus had een veel kortere nek en was kleiner dan Diplodocus. Ook had hij opvallende gespleten stekels langs zijn nek, waaraan je hem onderscheidt van andere sauropodenfamilies.
Waarom was een korte nek handig voor Dicraeosaurus?
Met zijn kortere nek kon Dicraeosaurus zich snel door dichte begroeiing bewegen en efficiënt van planten op de grond eten, zonder energie kwijt te zijn aan het optillen van een zware kop.
Waarvoor dienden de hoge nekstekels?
De stekels boden aanhechtingspunten voor sterke banden en spieren die de nek en rug ondersteunden. Ze maakten de dinosaurus mogelijk ook groter in de ogen van roofdieren.
Advertentie